Gepost door: paulcasamento | november 18, 2013

Al-Jazeera en de Qatarese draai in Syrië

De vorige maal had ik het over het gebrek aan onafhankelijkheid van het Qatarese Al-Jazeera en het gebrek aan terughoudendheid bij Westerse media in het gebruik van de ‘spreekbuis van Doha’. Zelf blijf ik Al-Jazeera wél volgen – en ik raad jullie aan dat ook te doen. Het grote voordeel van afhankelijke media is namelijk dat ze je een inzicht geven in de politieke standpunten van hun patroon (dwz: de regering).

Zo ook bij Al-Jazeera. Twee jaar geleden, aan het begin van het uitbreken van de Syrische burgeroorlog, viel het een twitteraar op dat Al-Jazeera zo negatief berichtte over de Russische president Vladimir Poetin rond de verkiezingen aldaar:

Folks, do you understand why AJ is going anti-Putin all of a sudden? It’s #Syria, stupid.

Poetin steunde Bashar al-Assad terwijl Qatar de rebellen steunde. Qatar deed dat samen met Saudi-Arabië, maar Riyad en Doha steunden wel verschillende facties binnen de rebellen. Qatar steunde de meer islamistische rebellen (zoals Jahbat al-Nusra) en is een trouwe supporter van de Syrische Moslim Broederschap. De Saudi’s zien de Moslim Broederschap als een bedreiging voor hun eigen macht en steunen liever seculiere partijen (en, af en toe, wat extreem radicale jihadi-salafisten). Qatar, dat geld genoeg heeft, heeft zo ook verschillende militias in Libië gesteund (dit weekend zagen we de gevolgen) en steunde de Moslimbroeders van Morsi in Egypte. Saudi-Arabië daarentegen steunt het Egyptische leger van Al-Sisi. Al-Jazeera was in zijn berichtgeving duidelijk tegen Assad en voor Morsi.

Maar wat nu? De Libanese columnist Jean Aziz van de website Al-Monitor viel het op dat Al-Jazeera plotsklaps was omgeslagen in haar berichtgeving over het Syrische conflict:

The most important message from Doha to Damascus is being broadcast live, through the “media repositioning” of Al Jazeera. The Qatari channel has gone from being a satellite channel hostile to the Syrian authorities, into a distant observer covering — with noticeable objectivity — the developments that are in favor of the regime army on the ground.

Wat is er gebeurd? De steun voor die islamisten leverde Qatar een hoop kritiek op, niet alleen van Saudi-Arabië maar ook van de bondgenoot uit Washington. Bovendien hebben ze in Egypte op Morsi gegokt en, zoals nu blijkt, verloren. Na de nodige druk van de VS hebben ze hun handen van Syrië afgehaald en heeft Saudi-Arabië nu het rijk voor zich alleen (Turkije, wat gezamelijk optrok met Qatar, heeft zich ook teruggetrokken).

Wat voor gevolgen heeft dit voor het conflict in Syrië? Het zou er voor kunnen zorgen dat de rebellen eindelijk eens één blok gaan vormen, een doel wat de Saudi’s zich gesteld hebben. Een nadeel voor de rebellen is wel dat ze steeds meer geïsoleerd raken. Saudi-Arabië ligt in de clinch met de Amerikanen vanwege de onderhandelingen met aartsrivaal Iran over diens nucleaire programma. Saudi-Arabië pleit nog steeds voor een militaire oplossing in Syrië terwijl de Amerikanen, in navolging van de Russen, hun doel hebben gezet op een diplomatieke oplossing – en Qatar en Turkije hebben zich achter de Amerikanen geschaard. Zo bewaakt Ankara de grens met Syrië beter en  dus neemt de toestroom  van wapens en jihadi’s via de Turkse grens af (iets wat bevestigd wordt door de leider van de Syrische Koerden, Salih Muslim).

Terwijl de internationale gemeenschap probeert de vredesbesprekingen in Geneve op gang te krijgen (Geneve II), wil het Syrische leger nog wat strategische posities op de grond overnemen terwijl Saudi-Arabië de rebellen zodanig hoopt te versterken dat ze op gelijke voet kunnen onderhandelen met het Syrische regime. Het lot van Syrië wordt allang niet meer in Syrië bepaald maar in Washington, Moskou, Teheran en Riyad. Om te kijken of er nog diplomatieke draaien plaatsvinden, is het wellicht handig om de komende tijd RussiaToday, PressTV en Al-Arabiya nauwkeurig in de gaten te houden.

Advertenties
Gepost door: paulcasamento | september 23, 2013

De schijn van Al-Jazeera’s onafhankelijkheid

Bij Buitenhof was gisteren journalist Rania Abouzeid te gast om over Syrië te spreken. Ze werd aangekondigd als Libanese terwijl ze een Australische van Libanese afkomst is. Dat maakt het toch wat minder exotisch en, voor wat betreft het onderwerp, toch wat minder lokaal. Maar ach, dat doet er weinig toe. Ze is een expert, komt vaak in Syrië en werkt onder andere voor Al-Jazeera. En niet in haar afkomst, maar juist in haar werkgever schuilt mijn bezwaar.

Net als enkele weken geleden Arabiste Petra Stienen in het item ‘Schuim en As’ de website van de Saudische televisie-zender Al-Arabiya aanhaalde, zo heeft de Buitenhof-redactie gisteren een journaliste van het Qatarese Al-Jazeera uitgenodigd. Het zijn media-imperia uit de regio (het gaat tenslotte over Syrië) dus dat geeft meteen wat extra’s. Wat is dan het probleem? Nu wel, deze stations zijn verre van onafhankelijke journalistieke partijen. Al-Arabiya is in het bezit van familie-leden van de Koning van Saudi-Arabië, terwijl de hoofdredacteur van Al-Jazeera een familielid van Tamin bin Hamad al-Thani is, de emir van Qatar.

In het september-nummer van het maandblad van het Clingendael Insituut, de Internationale Spectator, omschrijft Midden-Oosten-expert Ruud Hoff Al-Jazeera als het ‘instrument van de buitenlandse politiek’ van Qatar en vooral sinds het uitbreken van de Arabische Lente hebben veel journalisten om die reden het bedrijf verlaten.

Dat maakt Al-Jazeera sowieso al een partij waarvan je je kunt afvragen of een programma als Buitenhof zich daarmee zou moeten inlaten, maar het feit dat Qatar een erg actieve rol in het Syrische conflict inneemt maakt het – gezien het gespreksonderwerp – allemaal nog wat bedenkelijker. Qatar en Saudi-Arabië zijn de drijvende kracht achter de rebellen door ze vanaf het begin te ondersteunen met geld en wapens. Ze hebben een duidelijk strategisch doel: Assad moet weg. Dit alles omdat Assad een bondgenoot is van Iran en een schakel tussen het regime in Teheran en Hezbollah uit Libanon. Behalve dat Iran een vijand is van de VS, is het bovenal de aartsrivaal van Saudi-Arabië en Qatar (twee bondgenoten van de Amerikanen).

In hoeverre was in het vraaggesprek te merken dat Abouzeid als instrument diende voor de Qatarese buitenlandse politiek? Qatar wil natuurlijk graag dat de Amerikanen ingrijpen in Syrië, ze hebben zelfs aan de Amerikanen aangeboden voor deze operatie te betalen. De Amerikanen zijn echter wat terughoudend, vooral gezien het groeiende aandeel van fundamentalistische groepering als Al-Qaeda (de helft is inmiddels jihadist of ‘hardcore islamist’). Abouzeid nuanceert dat beeld graag en roept dat het uitblijven van buitenlandse steun voor de Syrische oppositie er juist voor zorgt dat er zoveel jihadi’s in Syrië zijn: “These sunni extremists were drawn into the battle because quiet frankly nobody else was helping the Syrian opposition, so they entered the country.” Kortom: het uitblijven van sterkere Amerikaanse steun aan de rebellen is debet aan de groeiende aanwezigheid van jihadi’s. De VS zou de steun moeten opvoeren, precies zoals de regering van Qatar wenst.
Direct aansluitend op het vorige citaat kwam hetvolgende: “But that doesn’t mean that their ideas have been accepted by the Syrians. Don’t underestimate the fact that Syrians are moderate and they practice moderate islam.” Presentatrice Marcia Luyten reageert terecht: “But Al-Nusra and the other extremists, they are the ones who have the guns, don’t they?” En dan stelt Luyten de hamvraag: wie steunt deze extremisten? Abouzeid hakkelt er het volgende antwoord uit: “They have uuuh..pri..uuh…in terms of Jahbat Al-Nusra the Islamic State of Iraq, which is the Al-Qaeda in Iraq, said that it funded the group and they also have other private donations from uuuh…from uuuh sheikhs in the Gulf for example –  and from other sources.” Het eerlijke antwoord zou zijn: Qatar. Maar juist dát kan Abouzeid niet zeggen, aangezien Al-Jazeera niet onafhankelijk van de Qatarese machthebbers opereert.

Waarom blijft er in de Westerse media zo’n aura van onahankelijke journalistiek om Al-Arabiya en Al-Jazeera heen hangen? Waarom is het wel ondenkbaar dat Buitenhof volgende week journalisten van Russia Today, het Iraanse PressTV of Hezbollah’s Al-Manar uitnodigt? Dat zou de balans in de Syrië-propaganda wat herstellen.

Het lijkt me echter verstandiger om de volgende keer eens Ruud Hoff uit te nodigen. Niet zo exotisch, wel zo onafhankelijk.

Gepost door: paulcasamento | september 22, 2013

Syrië vanuit Moskou

In de beeldvorming rond Syrië ontstaat een beeld van de betrokken maar misschien wat laffe Westerse landen en van een cynisch en kil Rusland dat over de rug van de Syrische burgerslachtoffers haar belangen probeert te verdedigen. Niet geheel onverwacht – want: wie het woord ‘beeldvorming’ bezigt is zelden van mening dat dat beeld klopt – wil ik wat tegen die voorstelling van zaken inbrengen.

Deze verwijten werden nog eens aangezet toen Poetin een brief schreef aan de New York Times om de Russische positie uit te leggen aan het Amerikaanse volk. Was het niet Rusland dat meerdere malen elke resolutie over Syrië met haar vetorecht blokkeerde in de Veiligheidsraad? Een beetje hypocriet om vervolgens in Amerika’s meest toonaangevende krant te beweren dat de Verenigde Staten niet buiten de VN-veiligheidsraad om moet gaan, zo luidde de klacht.

De vraag waarom Rusland die resoluties blokkeerde is een interessante vraag. En, de eerlijkheid gebiedt te zeggen, die vraag wordt ook door de Europese en Amerikaanse opiniemakers gesteld – en beantwoord. Het antwoord is alleen erg incompleet en komt zelden verder dan de directe strategische belangen van Rusland (vooral: het Syrische regime als afzet voor Russische wapens). Buiten het feit dat ook voor de Westerse landen Syrië van enorm strategisch belang is (daarover de volgende maal meer), speelt er voor de Russen veel meer mee.

Zoals Poetin ook al in de brief meldde, hebben de Russen de nationale soevereiniteit hoog in het vaandel staan. De VS wil dat belangrijke aspect van het internationaal recht wat te makkelijk schenden, aldus Poetin, en dat maakt de wereld eerder onveiliger dan veiliger. De angst voor buitenlandse inmenging (vaak door de NAVO) is een belangrijke drijfveer voor landen om naar een nucleair wapen te streven (zie Iran). ‘Als de internationale orde de nationale soevereiniteit niet verdedigt, dan doet een kernwapen dat wel’, zullen veel in een hoek gedreven staatshoofden wel eens kunnen denken.

Er is alleen een veel directere aanleiding voor de Russische veto’s, een die men nooit hoort: de interventie in Libië. Want de Russen hebben het ideaal van niet-inmenging in binnenlandse zaken dan wel hoog in het vaandel staan, ook zij weten dat je met een al te dogmatische houding in de wereld van de internationale betrekkingen weinig opschiet. Dus toen de strijd tussen de troepen van Khaddafi en de rebellen steeds bloediger dreigde te worden, onthielden de Russen zich van stemming en maakten daarmee een NAVO-actie in Libië mogelijk. Maar NAVO ging daar veel verder dan het mandaat leek toe te staan. In plaats van een no-flyzone voor het beschermen van de Libische burgers, werd de NAVO, in de woorden van Noam Chomsky, ‘the air force of the rebels’. Niet het beschermen van Libische burgers, maar regime-change was de uitkomst van de interventie.

Precies hierin schuilt de Russische argwaan om zo’n resolutie te steunen. Het instellen van bijvoorbeeld een no-flyzone in Syrië kan al snel leiden tot regime-change, iets wat de Russen willen voorkomen. In de woorden van de Russsische VN-ambassadeur: “What arouses concern is that in this resolution of Britain and France declares illegitimacy of the regime of Bashar Assad. That means that the approval of the resolution will make it possible for others countries to doubt the legitimacy of the regime on the base of this document.” De vrees bestaat dat de Westerse machten zo’n VN-resolutie ‘te ruim’ zullen interpreteren. De Westerse machten hebben keer op keer laten weten voor regime-change te zijn en meerdere malen aangegeven dat ‘Assad must go’.

De Russen hebben zelf ook een resolutie voorgesteld, die werd door de Westerse machten als ‘tandeloos’ gekarakteriseerd en verworpen. Rusland hamert al vanaf het begin op een politieke oplossing, niet een militaire. En daarin staat het niet alleen, zoals vaak wordt voorgesteld. ‘Heel de wereld wil een oplossing voor Syrië, alleen Rusland blokkeert dat’, zo lijkt de heersende visie te zijn. Niets is echter minder waar. De Westerse landen staan met hun wat fermere resoluties eerder geïsoleerd, de internationale gemeenschap lijkt meer te voelen voor de politieke (‘tandeloze’) benadering van de Russen. Behalve China weigerden ook Brazilië, India, Zuid-Afrika en het Syrische buurland Libanon de resoluties van de VS, het VK, Frankrijk, Portugal en Duitsland te accepteren.

Was het niet de VS die de vredesbesprekingen in Geneve uitstelde? Was het niet de VS die vervolgens de wereld warm probeerde te maken voor militaire actie? Behalve China, India, Rusland, Brazilië en Zuid-Afrika is de grote meerderheid van de bevolking in Turkije, het VK, de VS en Frankrijk tegen interventie in Syrië. Zo gek zijn die Russen nog niet.

Gepost door: paulcasamento | september 9, 2013

Maak van Syrië geen Libië of Irak

In Buitenhof zei Han ten Broeke (VVD) gisteren dat ‘het spook van Irak’ over de discussie rond mogelijk ingrijpen in Syrië hangt. Hij doelde daarbij op de leugen waarmee in 2003 de Irak-oorlog werd gerechtvaardigd. Tegenstanders van een interventie in Syrië gebruiken dat om de huidige bewijzen over gebruik van chemische wapens door de Syrische regering die de Amerikanen zeggen te hebben in twijfel te trekken. “Politici doen de vorige oorlog over”, aldus Ten Broeke die in discussie ging met Harry van Bommel (SP). Het vernauwt de discussie en is een beetje zinloos, omdat ook Ten Broeke overtuigend bewijs eist alvorens hij een interventie in Syrië wil steunen. Maar de grote vraag rond heel de kwestie is wat de gevolgen zullen zijn van een inval en om die te beantwoorden kan ‘het spook van Irak’ ineens wel een heel nuttige vergelijking blijken.

Irak
Tien jaar na de inval in Irak lijkt iedereen het erover eens dat Irak een mislukking was. Zo niet Obama, die het zo’n twee jaar geleden een groot succes noemde. “We laten een soeverein, stabiel en zelfstandig Irak achter, met een regering die door het volk is gekozen”, aldus de Amerikaanse president. Behalve enorm veel geld heeft de oorlog aan 4500 Amerikaanse soldaten het leven gekost. Maar het aantal Iraakse doden ligt vele malen hoger. Het Briste wetenschappelijke tijdschrift The Lancet kwam in 2006 (op een hoogtepunt van de ‘burgeroorlog’) met de schatting van 654.965 doden en het Opinion Research Business peilingbureau kwam in 2007 zelfs met het aantal van 1,2 miljoen. Als we uitgaan van het cijfer van de Lancet en doen alsof er nadien geen slachtoffers meer zijn gevallen dan komen we, tien jaar na het starten van de oorlog, uit op zo’n 65.000 doden per jaar. De oorlog in Irak is dus bloediger dan Syrië dat na 2,5 jaar 100.000 doden kent. Een ‘buitengewone prestatie’ noemde Obama het.

Uiteraard is het wat makkelijk om de VS de schuld te geven van al deze doden. De bomaanslag op de al-Askari moskee in Samarra, één van de heiligste plekken voor sji’itische moslims, was zeer waarschijnlijk het werk van Al-Qaeda en had als doel een burgeroorlog tussen de soennieten en sji’ieten aan te wakkeren. Zelfmoordaanslagen op sji’itsche wijken of moskeeën halen ook nu nog regelmatig het nieuws. Natuurlijk was dit niet het doel van de Amerikanen maar het was wel het gevolg van de anarchie na de door de Amerikanen bewerkstelligde val van Saddam Hoessein. En het gevaar van Al-Qaeda en aanverwante groeperingen bestaat ook in Syrië en zal na een val van Bashar al-Assad alleen maar toenemen. Zoals Harry van Bommel gisteren in Buitenhof maar weer eens benadrukte: ‘het kan nog veel erger’.

Libië
Maar vooruit, de vergelijking met Irak gaat niet helemaal op. Obama heeft gezegd dat een aanval op Syrië heel anders zal zijn dan Irak of Afghanistan. Waar moeten we dan aan denken? Veel commentatoren roepen dat het meer zal lijken op Libië waar ook geen ‘boots on the ground’ waren. Maar was Libië nou zo’n succes? Neen, driewerf neen! Het heeft geen levens gered (integendeel), het land is in chaos en ook de gevolgen voor de regio zijn niet uitgebleven.

Ten eerste heeft de inval aan veel mensen het leven gekost. Seumas Milne noemde het in the Guardian ‘a catastrophic failure’. Op het moment dat de NAVO intervenieerde lag het dodental tussen de 1000 en 2000, direct na de interventie tussen de 30.000 en 50.000. Behalve de vele NAVO-bombardementen, was het nieuwe Libische regime verantwoordelijk voor het platbombarderen van Khaddafi’s geboortestad Sirte, waar nog vele aanhangers woonden die zich weigerden over te geven.

Ten tweede is Libië op dit moment – 2,5 jaar na dato – nog steeds geen stabiele plaats. Sterker nog, de centrale overheid verliest steeds meer controle aan allerlei milities en de economie ligt in duigen (de olie-productie is nog maar zo’n 10% van wat het begin dit jaar was).

Ten derde heeft de interventie ook voor instabiliteit in buurlanden gezorgd. De enorme wapenvoorraden van Khaddafi’s leger zijn in handen gekomen van de aan Al-Qaeda verwante milities die vervolgens in Mali een greep naar de macht deden. Frankrijk moest vervolgens interveniëren om de Malinese regering te beschermen omdat de rebellen naar het zuiden optrokken. Inmiddels overweegt ook Nederland militairen te sturen.

Stel je de gevolgen in Syrië voor. Assad heeft meer aanhangers dan Khaddafi en het is lastig voor te stellen dat de Alawitische bevolking zich makkelijk over zou geven. Gaat een eventuele nieuwe Syrische regering de Alawitische steden ook aan puim bombarderen? De oppositie is erg verdeeld en heeft betrekkelijk weinig steun in het land. Een stabiel Syrië lijkt dus – op korte termijn – uitgesloten.

En dan heb je nog het probleem van het enorme wapentuig van het Syrische leger, inclusief de grote hoeveelheid chemische wapens. Die zouden zomaar in handen kunnen vallen van Al-Qaeda enerzijds of Hezbollah anderzijds. Zullen de zwaar bewapende milities, net als in Mali, voor een hoop onrust in andere landen gaan zorgen? Is er dan weer een interventie nodig?

De enige oplossing blijft een diplomatieke oplossing. Geen enkel militair plan kan voor een oplossing zorgen en zal het zeer waarschijnlijk alleen maar verergeren.

Gepost door: paulcasamento | maart 20, 2010

Eerder meer dan minder kernwapens

De Amerikaanse president Barack Obama heeft laten weten een kernwapenvrije wereld na te streven. Een mooi ideaal. Maar het huidige beleid om de verspreiding van kernwapens tegen te gaan, lijkt niet echt succesvol. Hoe komt dat en is het niet tijd voor een andere aanpak?

Ondanks waarschuwingen en protesten van vooral de Verenigde Staten, beschikt Noord-Korea over kernwapens en lijkt Iran hard op weg een kernmogendheid te worden. De sancties die door het Westen tegen beide landen zijn ingevoerd hebben nog nauwelijks succes gehad.

Per land heeft dat een andere oorzaak. Bij Noord-Korea hebben economische sancties weinig zin gehad, omdat het land sowieso al heel geïsoleerd is. “Noord-Korea wil helemaal geen betrekkingen met het buitenland. Dus als je economische sancties tegen het land instelt, haalt dat weinig uit omdat er überhaupt weinig handel is”, zegt Sico van der Meer, kenner van zowel het Noord-Koreaanse als het Iraanse kernprogramma en werkzaam aan het Clingendael Instituut. Noord-Korea probeert zelfvoorzienend en onafhankelijk van het buitenland te zijn, een beleid dat is uitgevonden door de vader van de huidige premier van het land, Kim Jong-Il. Het land is hierdoor moeilijk te beïnvloeden of te stimuleren om af te zien van haar nucleair programma.

Iran is een ander verhaal. Het land is mede door haar grote olievoorraad wél afhankelijk van handel met het buitenland en zou dus met economische sancties wel te sturen zijn. “Maar het grote probleem met Iran is dat er geen eensgezindheid van de internationale gemeenschap is”, aldus Van der Meer. Het Westen stelt harde economische sancties in, maar landen als China en Rusland doen dat niet. Bij die keuze van China en Rusland spelen zowel economische als strategische belangen een rol.

“China importeert heel veel olie uit Iran, dat ze nodig hebben om te voldoen aan hun groeiende energiebehoefte.” Ook Rusland heeft nauwe economische betrekkingen met Iran. Volgens schattingen bedraagt het handelsverkeer tussen beide naties jaarlijks zo’n drie miljard euro. Beide landen zouden zichzelf in de vingers snijden als ze sancties instellen.

Dat alleen het Westen sancties oplegt, heeft voor de Westerse landen nog een negatief effect. Want door de economische sancties die het Westen het opstandige Iran oplegt, krijgen Rusland en vooral China een grotere vinger in de pap in de Iraanse economie. Het gat dat een vertrekkend Westers bedrijf achterlaat, wordt opgevuld door een Chinees of Russisch bedrijf. “Dat zag je bijvoorbeeld bij het vertrek van het Franse Total. De Iraanse minister van energie zei letterlijk dat hij het Westen niet nodig had. Ze konden hun olie ook wel kwijt aan een Chinees bedrijf. En voor Iran verandert er niets, alleen de naam van de oliemaatschappij”, zegt Van der Meer.

Op het strategische vlak speelt Rusland meer een hoofdrol. Door het regime van Iran te steunen vergroot het haar invloed in het Midden-Oosten. Voor China speelt ook politieke cultuur een rol. In het land zijn verschillende opstandige regio’s en het hecht dus veel waarde aan de nationale soevereiniteit van staten. “China houdt, uit eigen belang, heel erg vast aan het niet ingrijpen in binnenlandse aangelegenheden, zodat ze ook hun eigen boontjes kunnen doppen met Tibet en de Oeigoeren.”

In die erkenning van de nationale soevereiniteit van landen schuilt misschien ook een oplossing voor het kernwapenprobleem. Volgens experts streeft Iran een kernwapen na als een soort van verzekering. Een kernwapen is misschien wel de beste verdediging tegen militaire interventie van een buitenlandse staat. Als Amerika haar doel van ‘regime-change’ in Iran zou afzweren en het land niet meer als vijand zou beschouwen, zou Iran minder behoefte hebben aan een kernwapen, zeggen veel experts.

Toch ligt dit niet zo eenvoudig. Van der Meer: “Behalve veiligheidsoverwegingen speelt ook prestige een rol in Iran’s vermeende streven naar een kernwapen. Hoe ga je dat oplossen?” Bovendien zijn de Verenigde Staten niet de enige bedreiging voor Iran. Het sji’itsche en Perzische Iran staat vrijwel alleen in een overwegend soennitische en Arabische omgeving.

Ook draagt kernmacht Israël natuurlijk niet bij aan Iran’s gevoel van veiligheid. Sinds de islamitische revolutie bezigt het Iraanse regime dreigende taal aan het adres van de Israëlische regering. “Maar het is wel voornamelijk retoriek. In mijn opinie zal Iran nooit een atoombom inzetten tegen Israël. Dat zal binnen een dag resulteren in een massale vergelding. Ik kan gewoon niet geloven dat Ahmadinejad en de mensen om hem heen dat riskeren, ten koste van zijn eigen land en eigen macht.”

De retoriek richting Israël is een signaal aan de Arabische landen, die ook bang zijn voor een nucleair Iran, dat Iran zich voornamelijk op Israël richt. “Iran zegt dat die Arabische landen helemaal niks doen voor de Palestijnen. Iran wil laten zien dat zij als grootmacht in de regio, wel wat voor ze doet en stelling durft te nemen tegen Israël.”

Toch zijn de landen in de omgeving niet gerustgesteld. Enkele jaren geleden hebben zowel Saudi-Arabië en Turkije laten weten dat als Iran een kernwapen krijgt, zij er ook een zullen maken. “Je ziet allerlei landen in het Midden-Oosten ook ineens nucleaire programma’s opstarten. Ze zeggen dat het allemaal puur voor energie is, maar het is wel heel toevallig.”

En daar zit de dreiging. Zodra Iran een kernmogendheid zal zijn, dreigt er een wapenwedloop in het Midden-Oosten. Veel landen zullen uit angst voor Iran zelf ook een kernwapen nastreven.

Er zijn experts die zeggen dat zo’n nucleair Midden-Oosten juist voor stabiliteit en vrede kan zorgen. Net als tijdens de Koude Oorlog, toen zowel de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie uit angst voor massale vernietiging niet overgingen tot het inzetten van kernwapens. Toch is volgens Van der Meer die situatie niet helemaal te vergelijken: “Dat waren twee grootmachten waarbij een kernoorlog zou resulteren in de vernietiging van de aarde. In het Midden-Oosten zullen de gevolgen bij een kernoorlog voor de wereld veel kleiner zijn en zich voornamelijk beperken tot de regio. Bovendien is het Midden-Oosten natuurlijk al een heel instabiele regio met veel spanningen.”

En hoe meer kernwapens er in de wereld zij, hoe groter de kans op ongelukken, met alle desastreuze gevolgen van dien. Ook wordt de kans groter dat kernwapens in handen van “terroristen of maffiosi” vallen. “Die dreiging is er nu ook al. Maar hoe meer bankfilialen er zijn, hoe groter de kans is dat er een wordt overvallen. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor kernwapens”, aldus Van der Meer.

De huidige kernwapenproblematiek is dus een grote uitdaging voor Obama en de internationale gemeenschap. Een geheel kernwapenvrije wereld lijkt de enige oplossing, maar dat is niet eenvoudig. Zo’n wereld zal Obama waarschijnlijk zelf niet meer meemaken.

Categorieën